NextUpdate

by Retail Relations Amsterdam

Kapitaal Nederland

Frits Beutick, auteur Kapitaal Nederland:
"Door onderling vertrouwen is Nederland groot geworden"


“Eigenlijk is het vreemd dat niemand er ooit eerder aan heeft gedacht om een boek als Kapitaal Nederland te schrijven”, zegt Frits Beutick. De auteur stuitte bij het onderzoek voor zijn boek, dat honderd belangrijke episoden uit de financiële geschiedenis van ons land behandelt, op een schat aan interessante feiten en boeiende verhalen. “De Gouden Eeuw, daar heeft iedereen van gehoord en ook de VOC kent men wel, maar andere verhalen zijn nauwelijks bekend. Onze voorouders hebben heel veel tot stand gebracht. Toen ik een eerste inventarisatie maakte van onderwerpen, werd me duidelijk hoe moeilijk de uiteindelijke selectie zou worden.”


Bakermat


Frits Beutick, die eerder boeken schreef over de geschiedenis van de Optiebeurs en over de AEX-index, wil het toch nog even hebben over de VOC. “Het is de eerste beursgenoteerde onderneming ter wereld. Dat maakt van Nederland de bakermat van de wereldwijde aandelenhandel. Voor de VOC van start ging konden beleggers participeren in een enkele reis van een schip. Deelnemen in een hele onderneming was compleet nieuw. Een schip kun je zien, maar een aandeel in een onderneming is veel abstracter. Dan is het belangrijk dat beleggers vertrouwen hebben. Gelukkig werd dat vertrouwen niet beschaamd, hoewel ook in de 17e eeuw al discussies plaatsvonden over transparantie, mismanagement, belangenverstrengeling, de hoogte van het dividend en te weinig zeggenschap bij aandeelhouders. Ondanks die discussies bleef er veel belangstelling voor VOC stukken. De eerste aandelen werden op straat verhandeld, maar in 1611 kreeg Amsterdam zijn beursgebouw. Daarin was een hoek gereserveerd voor de effectenhandel. De eerste beurs van Amsterdam werd vierhonderd jaar geleden opgeleverd. Daarom is dit zo’n mooi moment voor dit boek.”


Water


Het belang van vertrouwen werd ook al onderkend door Caspar Barlaeus die in 1632, bij de opening van de universiteit van Amsterdam, sprak over de Mercator Sapiens, ofwel de wijze koopman. Deze denkt, zoals het boek beschrijft, niet alleen aan zijn zakelijke belangen maar heeft ook oog voor zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wellicht ontstond uit deze levenshouding een goede voedingsbodem voor de prille aandelenhandel en het floreren van een ander zeventiende eeuws instituut: de Amsterdamse Wisselbank waar kooplieden hun tegoeden konden aanhouden. “In de inleiding van het boek wordt geprobeerd een oorzaak te vinden voor het vertrouwen in Nederland”, zegt Beutick. ”Mogelijk is die te vinden in de eeuwenlange en gezamenlijke strijd tegen het water. Daar is ieders hulp bij nodig. Je moet op elkaar kunnen vertrouwen, want water is meedogenloos. Zorg je samen niet goed voor de dijken, dan staat iedereen binnen de kortste keren met zijn voeten in het water, de koopman net zo goed als de zakkendrager.”


Opties, futures en verzekeringen


Het is niet alleen de aandelenhandel waarmee Nederland voorop liep. Beutick: “Nederland opende in 1978 de eerste optiebeurs van Europa. Maar eigenlijk had je in de 17e eeuw ook al opties en futures. Er vond handel plaats in opties en termijncontracten op scheepsladingen die nog onderweg waren. Met een beetje goede wil kun je Nederland dus ook zien als de bakermat van de optiehandel. En ook van de verzekeringswetenschap, om eens iets heel anders te noemen. Het uitgeven van lijfrenten gebeurde vroeger door de overheid. Raadpensionaris Johan de Witt was in 1671 de eerste die beschreef hoe de koopsom van een lijfrente berekend moet worden. Later, in 1807 kreeg je de Hollandsche Sociëteit. Dat was de eerste op wetenschappelijke basis gebaseerde levensverzekeringmaatschappij. Het leuke is dat men zich voor het ontwikkelen van verzekeringswiskunde liet ondersteunen door een leraar aan de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam. Toen ik dat las moest ik denken aan een interview met professor Arun Bagchi in NextUpdate 26. Hij vertelde dat mensen die rakettechnologie hebben gestudeerd worden ingezet bij het ontwikkelen van financiële producten. Zo zie je door de eeuwen heen soms verrassende parallellen.”


Arbitrair


Wie in Kapitaal Nederland wil opzoeken wat de invloed was van de aardgaswinning op de Nederlandse economie, doet dat tevergeefs. Revenuen van de Rotterdamse haven, de bloemenveiling in Aalsmeer of Luchthaven Schiphol blijven eveneens onbesproken. “Het maken van een selectie is altijd arbitrair”, weet Beutick. “De honderd momenten in Kapitaal Nederland hebben een focus op de financiële sector. Het eerste moment gaat over de introductie van de geldeconomie in Nederland door de Romeinen, het laatste moment speelt in 2011 met de vernietiging van papieren effecten. In de momenten daar tussenin – die bijna tweeduizend jaar beslaan – zien we hoe Nederland kapitaal vergaarde via de Oostzeehandel en eigenlijk was dit het startkapitaal voor de VOC. Vervolgens komt de ontwikkeling van de effectenhandel aan bod, de opkomst van banken en verzekeringmaatschappijen, het belastingstelsel, en uiteindelijk belanden we in het heden, bij de pensioenen, de hypotheken en de kredietcrisis. Tussendoor kijken we ook naar het geld dat in tweeduizend jaar werd gebruikt. Iedereen heeft het nu over de euro, maar voordat we in Nederland een eenheidsgulden hadden is er ook heel wat water door de Rijn gevloeid.”


Wat is je favoriete moment uit dit boek?


Beutick: “Voor ik twee jaar geleden zelfstandig tekstschrijver en journalist werd, heb ik tien jaar bij de beurs gewerkt. En daarvoor ruim tien jaar bij een grote verzekeringmaatschappij. Beurs en verzekeringen zijn de twee sectoren waarmee ik de meeste voeling heb. Verzekeringen hebben een saai imago, maar het gaat om enorme bedragen en een juiste inschatting van soms zeer grote risico’s. Dat maakt de geschiedenis van verzekeringen nu en dan heel spannend.”


Beurstrommelen


“Toch heeft mijn favoriete moment uit dit boek te maken met de beurs: de traditie van het beurstrommelen. Het is een mooi verhaal. Aan het eind van het Twaalfjarig bestand in 1622 wilden de Spanjaarden een snelle overwinning forceren. Ze legden een schuit met buskruit onder de beurs om het gebouw op te blazen. Volgens het verhaal werd de drijvende bom tijdig gevonden door een weesjongen die in de beurs aan het spelen was. Sindsdien mogen Amsterdamse kinderen één keer per jaar trommelen in de beurszaal. Ik heb daar als Amsterdams jochie zelf ook nog aan meegedaan. Nu kun je zeggen, dat is alleen maar een beurslegende. En ja, het verhaal van die weesjongen is onzeker. Maar wel zijn er bewijzen dat Spanje inderdaad heeft geprobeerd de beurs op te blazen. Dat zegt iets over het belang van de beurs in 1622. De Spanjaarden wilden een instituut raken dat het hart van de Nederlandse samenleving vertegenwoordigde. Dat ze daarvoor de beurs kozen spreekt boekdelen.”


Het eerste exemplaar van Kapitaal Nederland, 100 markante momenten uit de financiële geschiedenis van Nederland, werd op 1 december aangeboden aan Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam. Het boek werd uitgegeven door Sonsbeek Publishers, in samenwerking met de Vereniging voor de Effectenhandel. Als redacteur fungeerde beurshistoricus Cherelt Kroeze. Het boek is tweetalig Nederlands-Engels, voor de Engelse teksten zorgde Joanne Victoria Trees.